Cigar Snobisme

Mensen die me kennen weten het al, ik ben een sigaar aficionado, een broeder van het tabaksblad. Ik rook graag en ik rook veel! Geen sigaretten, geen zuigen aan een zaklamp (vapen), alleen echte longfillers. Smaakstokken zoals de Indianen ze vroeger maakten. Het ideale middel om te mediteren, remediëren of een drukke dag weg te ijsberen. Sigaren maken is een ambacht, sigaren roken is een kunst. Langzaamaan de smaken onthullen, niet te hard lurken (anders wordt de sigaar te warm en smaakt ze bitter), rustig genieten…  

Sigaren kan je solitair degusteren maar het kan ook een sociale bezigheid zijn. In fijn gezelschap genieten van een goeie conversatie met je hoofd in de rook en je voeten op de grond. Sigarenrokers hebben oorlogen doen stoppen (Winston Churchill), Oscars gekregen (Al Pacino/ Jack Nicholson) of sportwedstrijden gewonnen (Michael Jordan). I love cigars!

Afgelopen weekend werd in Alden Biesen, dicht bij mijn bakermat, een sigarenfestival georganiseerd. De “grootste” sigarenclub van het land! Vreemd, het was mij volledig ontgaan. Niks van gehoord, niks van gezien totdat een aantal individuen mij na de activiteit hierop attent maakten. Sigarenrokers hebben een bepaalde verbondenheid, een onzichtbare connectie zoals motards of brandweerlieden. Een onbeschreven saamhorigheid die aficionados verbindt en die hen zowel troost als geluk laat ontdekken in het nuttigen van een sigaar. Elke gelegenheid is goed om samen te komen en collectief, haast ritueel, een sigaar in de hens te steken.  Dat ik een sigarenfestival van de “grootste” sigarenclub heb kunnen missen is haast ondenkbaar. Even informeren bij de Broeders en Zusters van het Blad. Niemand was op de hoogte van een sigarenfestival! Ook de lokale sigarenboer wist van niks! Zeer vreemd! Wie of wat is die “grootste” sigarenclub van het land? 

De wereld is een dorp en de kraaien brengen alles uit. Ik moest niet ver zoeken om te achterhalen dat het sigarenfestival niet meer was dan een privé feestje. De “grootste” sigarenclub is eigenlijk niet meer dan een select en gelimiteerd groepje van individuen die een zeer besloten sigarenclubje hebben georganiseerd.  Geen probleem, privé feestjes zijn toegestaan en de beslotenheid van een groep moet gerespecteerd worden. 

Vreemd genoeg is de “grootste” maar besloten club ontstaan in de schoot van een lokale werkgeversorganisatie. Opgericht met enige voorkennis van een faillissementsverkoop en bevolkt met uitsluitend lieden die een “m’a tu vu” gehalte van 110% hebben. Het roken van sigaren verheffen tot een elitaire bezigheid stuit me tegen de doorrookte borst. Ik ken, van verre, een aantal lieden uit het gezelschap en waarvan ik weet dat ze sigaren even hard appreciëren als een champagnekurk die in hun oog knalt. Ze steken een sigaar op en doen dan alsof de zon uit hun gat schijnt. Het zijn lui die de cigar-community het predicaat van pretentie bezorgen. Of ze de “grootse” club zijn dat weet ik niet, dat ze dat denken… daar ben ik zeker van! Wat aan je sigaar zitten trekken en ondertussen vertellen hoe goed je bezig bent is gewoon snobisme.  Een honderdtal geselecteerde genodigden die elk driehonderd euro “ophoesten” voor een handvol sigaren. Voor dat geld koop ik toch al twee kistjes uitstekende Nicaragua longfillers. De sigaren werden rechtstreeks geleverd door de distributeur/producent of werden uit het buitenland gehaald. Als je een stevige organisatie achter je hebt staan dan kan je “buying power” laten gelden. Pretentie mag niet te duur zijn en daarom wordt de middenstander maar uitgeschakeld.  Wat ben ik blij dat ik het gemist heb! BOTL/SOTL I love you all!

Advertenties

Super slim rekeningrijden.

Wie zal dat betalen?

Heeft u het ook al gehoord? De dwaze-kloterij van een aantal transporteconomen die hun overheidsinkomen verbeuzeld hebben met het plagiëren van een Skandinavisch model voor superslim rekeningrijden. De VRT zit al de ganse dag op dat stinkend ei van politieke correctheid te broeden. Meteen wordt Agoria erbij gehaald als spreekbuis voor de “gehele” bedrijfswereld en supporter van dit nieuwe belastingsysteem.  Tegen de middag bracht de ambtenarenzender ook nog eens een verloren gelopen professor ten berde, een onverlaat die dergelijk systeem wil invoeren bij het openbaar vervoer! De Belgen zijn een natie van tollenaars en tax-fanaten. We betalen veel, we betalen graag en we krijgen er niet genoeg van!

Super slim rekeningrijden?

Het systeem van superslim rekeningrijden is minutieus (letterlijk) uitgewerkt. Wie op drukke momenten de auto gebruikt zal daar meer voor betalen dan diegene die zijn wagen gebruikt op minder drukke momenten. Volgens een van de onderzoekers “hoeft” dat niet tot een belastingverhoging te leiden. Let op de slimme woordkeuze van “hoeft niet”!   Iedereen die dat wil geloven is nog naïever dan het parochieblad. De rekening zal betaald worden door de werkmens. Het wordt een belasting op arbeid. Wie om den brode zijn wagen beruikt is de klos, weeral! 

Het is de vos die de passie preekt…

Het is vooral onze staatszender die deze vorm van belastingen promoot. De journalisten hebben daar goede redenen voor. Ze weten dat een belastingverhoging de gemoederen beroert. Nieuws brengen is ooit een kritische bezigheid geweest. Vandaag is het vooral emotie verkopen. Angst en verontwaardiging liggen goed in de markt en bij de nieuwsconsument gaat dat erin als zoete koek. Brood op de plank voor de media! Bovendien zal de journalist niet veel last hebben van duur rekeningrijden. Een beroepsjournalist heeft een bijzonder statuut waardoor hij zich niet moet houden aan wettelijk geregelde arbeidstijden. Als je de pijn niet voelt dan zeg je al snel: “Dat is toch zo erg niet”!

De academici die dit vikingplan met een carbonpapiertje overtrokken hebben en op veel bijval van de media kunnen rekenen zijn net zomin betrokken partij. Jammer dat deze mensen hun vermeende erudiete positie gebruiken om de politieke agenda te bepalen. Een klein bevolkingsdeel met een academische graad dicteert de wetten voor de loodgieter en de fabrieksarbeider. Ik durf er een gitaar voor te verwedden dat die academici zich in de voormiddag met de bakfiets van de binnenstad naar de campus begeven. Werkende plebejers hebben geen tijd en geen stem die gehoord wordt. Zij werken en betalen, punt en gedaan!

Alternatief?

Waarom moet vermeend asociaal gedrag zoals autorijden altijd bestraft worden met “belastingen”? Er zijn genoeg denkpistes die beter zijn voor het milieu, de mens en de portemonnee. Is de creativiteit zo ver zoek? Moeten we altijd andere landen kopiëren en dan vaststellen dat we bestuurlijk te complex en incapabel zijn om het plan correct uit te voeren? De automobilist bestraffen zal hem/haar niet (klimaat)vriendelijker maken. Integendeel!

We kunnen acties nemen om het gebruik van de wagen efficiënter te maken. Laat de veelrijders met rust. Zij rijden om den brode en niet voor het plezier. Iemand die op tijd op het werk moet zijn heeft weinig keuze qua vervoer. Een verkoper of vertegenwoordiger moet zijn quota halen of hij kan inpakken. Een wagen is vaak geen luxe maar een must om een snee droog brood te verdienen, het beleg gaat al lang naar de tollenaar. De gemiddelde wagen in ons land rijdt geen 9000 km per jaar. Kijk de statistieken van de verzekeraars maar eens na. In plaats van straffen kunnen we de professionele professionele automobilist ook belonen. Een wagen die meer dan 20000 km per jaar rijdt kan je goedkoper maken voor de eigenaar/bestuurder. Het idee zal autodelen en carpoolen aanmoedigen.   Laat de professor maar betalen voor zijn Prius, …die japanner wordt alleen maar gebruikt om wat boodschappen te doen of in het weekend naar het platteland te snorren met fietsen op de bagagedrager.  

De regelgeving kan aangepast worden. Maak werk van flexibele arbeidstijden. Onze wet op de arbeidstijd behoort tot de strengste ter wereld. De infrastructuur kan aangepast worden: een provinciestad zoals Leuven gebruikt twee snelwegen als ringweg om haar binnenstad fietsvriendelijk te maken. Op een doorsnee ochtend tijdens het schooljaar staan de forensen aan te schuiven van Aarschot tot Leuven. Vraag eens wat die sukkelaars denken van superslim rekeningrijden. Ook beter schoolvervoer kan de (mee)ouders misschien een centje besparen omdat ze hun grut niet aan de schoolpoort moeten droppen tijdens spitsverkeer. De schoolbus is veiliger en het verlost ons van die hinderlijke kiss & ride zone in de Schoolstraat. Ik kan zo nog wel even doorgaan maar zolang de tollenaar er niks aan verdient zijn er geen oren naar…

Geniet, voorlopig nog gratis, van de zomer!

Blues Peer

Terwijl een groot deel van mijn generatiegenoten het kind uithangt op Tomorrowland en zich aldaar laat benevelen door het ritmische knoppenwerk van starlets bezoek ik het gezelligste festival van het jaar: Blues Peer!   De jaarlijkse conferentie van bierbuiken en gekke hoofddeksels. Geen gedrum van een mensenmassa in Peer en geen multi-stage event. Tussen de optredens krijg je nog een half uur plaspauze. Ik kom er graag!  Gewapend met een combi-ticket en een “look-at-my-tattoos-shirt” rij ik filevrij tot vlak bij het podium. 

Mijn absolute must-see is Beth Hart, de reincarnatie van Janis Joplin met een stemgeluid van pure seks. La Hart begon sterk maar het werd gaandeweg minder. Teveel Jezus-Christelarij en teveel uit het zeemzoete vaatje getapt. Goed… maar ik werd niet omvergeblazen. Paul Carrack kon me wel bekoren met een aanstekelijke jam alleen had iemand hem moeten zeggen dat hij op een blues festival zou spelen.  Chris Robinson Brotherhood had de Black Crows songs thuisgelaten en wat mij betreft was hij beter ook thuisgebleven. De Allman Bets band had dan weer een leuke cover van Prince maar voor de rest waren ze even dood als Prince zelve. Matt Schofield was dan weer in topvorm ook zonder “echte” bassist. Op zondag poets ik de plaat voor de aanvang van Black Box Revelation. Die hebben voor mij iets te ver van de blues gelegen… 

Blues Peer

Het beste van Peer heb ik gemist. Vrijdag ging het dak van de tent met een woodstock revival. De programmatie van de de vrijdag had gerust bij de topacts in de weekenddagen mogen staan. Een “revival” is wat Peer nodig heeft. Blues Peer begint beetje bij beetje op een geriatrisch festival te lijken.  Volgens mij ligt de gemiddelde leeftijd van de bezoekers ver boven de vijftig. Het aantal stoeltjestoeristen is groot, de kans dat je je nek breekt door over een kampeerzitje te struikelen is reeel. Blues Peer is te weinig een “belevenis”, de creativiteit van de organisatie is zoek en de concurrentie van andere festivals is bikkelhard. Als dit zo verder gaat verwacht ik bij een volgende editie de beschikbaarheid van zuurstoftenten en automaten voor het verdelen van Depend slips. The Blues: Black men created it, white men shipped it!  Keep the Blues alive!

-klieten of -klitsen?

De zomer halfweg en een hittegolf in Frankrijk hebben het sigarenpeil van mijn humidor behoorlijk naar het alarmpeil doen zakken. Hoog tijd om op sigaar-safari te gaan in mijn Heimat Bilzen!  Ik zou het acute tekort nooit zover laten komen als ik niet steeds door dat vermaledijde Hoeselt moest karren om aan mijn sigaartrekken te komen.  Nood breekt wet en dus heb ik gekozen om mijn Bilzerse sigaren-fournisseuze te bereiken via een itinéraire touristique: van Lommel-Kattenbos over Heppen via Beringen-Mijn naar Lummen tot Lustelus en dan Bilzen. Net op tijd zo blijkt! Mijn Bilzerse sigarenboer was al sterk vermagerd en ik heb deels uit medelijden een extra voorraad “stogies” ingeslagen. Wie durft er nog te beweren dat ik geen Hart heb voor de medemens?

Als ik dan toch in Bilzen ben dan wil graag iets doen aan de lokale problemen van de Bilzenaren of de vragen beantwoorden die de inwoners al generaties lang kwellen.  Eén zo’n prangende vraag betreft de bewoners ten noorden van Bilzen centrum. Er huist daar een vreemde tribale volksstam van bedenkelijk allooi en met een spraakgebrek. Niet te verwonderen dat de nonnekes er een zothuis hebben gebouwd. Het is Munsterbilzen! Munsterbilzen heeft zijn naam te danken aan de Franse “Munsterkaas”. De kaas en de plek ten noorden van Bilzen hebben één ding gemeenschappelijk namelijk een penetrante muffe geur die je kan vergelijken met een behoorlijk belegen en gefermenteerde voetschimmel.  Niks om naar uit te kijken dus!  De vraag die de Centrumbilzenaren kwelt is: Hoe noem je de bewoners van Munsterbilzen?  Zijn dat” Minsterklieten” of zijn dat, zoals je vaak hoort, “Minsterklitsen”?    Wel beste gouwgenoten ik kan jullie verzekeren dat deze incestueuze bevolkingsgroep behoort tot de soort van de Homo Minsterclietus. Het zijn dus “Minsterklieten”! Er is in de loop van de jaren heel wat verwarring ontstaan omdat de geciviliseerde Bilzenaar het eindeloos gemeier en gemekker van de Minsterklieten moet beantwoorden met een luid en welgemeend “klitsengerard” (soms ook wel eens “kloetengerard”).  Zo, dat semantisch en taxonomisch probleem is ook alweer opgelost! Het zijn “Minsterklieten” en je beantwoord hun vragen met “klitsengerard”!  Geen dank, ik los het graag voor u op!

Een andere en meer actuele vraag is of er nu “wel” of “niet” kernbommen liggen in Limburg? Ik ben meteen op zoek gegaan en ik heb ze gevonden!  Ze liggen met meer dan 99,99% zekerheid in Bilzen! Je moet zelfs niet eens zo hard zoeken om ze te vinden. De aandachtige kernbommenspotter kan ze met het blote oog gemakkelijk waarnemen. Ik heb ze vandaag gevonden in een etablissement waar vroeger een begrafenisondernemer gevestigd was. Binnen in het geleeg kan je twee gigantische kernbommen zien op een verhoog boven een installatie met vreemde hendels en kranen. Voor de Ongelovige Thomassen heb ik een foto bijgevoegd!  

De bommen zien er niet gevaarlijk uit maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat als de inhoud te snel vrijkomt er toch behoorlijk wat schade kan aangericht worden. Voorzichtigheid is geboden. Ik heb wat van de inhoud laten weglekken en moet daarbij jammer genoeg wat radioactieve straling opgelopen hebben!  Mijn motorisch vermogen raakte behoorlijk verstoord. D’r stonden ook drie lokale SP-A mandatarissen aan de toog. De Russen hebben het dus in ’t snotje! Die communistische spionnen zijn niet te vertrouwen. Zouden ze de laatste lokale verkiezingen “gemanipuleerd” hebben? Volgende keer onderzoek ik ’t verder! Ajuus…

School is out!

Ook dit jaar hebben uw koters het weer goed gedaan op school! De laatste dagen wemelt het facebook posts met lofbetuigingen en verheerlijking van kindjes, groot en klein. Fiere ouders bewieroken hun nageslacht en het bijhorende puntenboekje. Als ze het niet geschreven krijgen dan maar met een fotootje, liefst getooid met dat gekke hoedje en een toga. Onze toekomst is verzekerd, een hele generatie genieën komt eraan!

De lezers die mij kennen weten dat ik niet veel op heb met dat grut. Kinderen zijn als scheten, alleen die van jezelf kan je verdragen. Ik erger me niet aan dat gepoch maar ik moet ermee lachen. De laatste twee decennia leven we in een tijdsgeest van kinderverheerlijking. De opvoeding hebben we in onder-aanneming gegeven aan de school en wee het gebeente van de juffrouw of de meester als die geen rekening houdt met de gemoedstoestand of de allergieën van de kleine. Pa en ma zijn gesubsidieerde deeltijdse werknemers die een voltijdse dagtaak hebben aan het vervoer van of naar één of andere naschoolse activiteit: voetbalkamp, dansles, paardenkamp, zeilkamp, kleiclub, knutselstage… of wat nog meer. Kinderbezit is zo heilig geworden dat er zelfs gereserveerde parkeerplaatsen zijn nabij de ingang van de supermarkt.

Dat ouders fier zijn is normaal maar dat je ermee gaat leuren is dat niet. Ik geloof die berichten ook niet meer. Als ik zo’n een lof-post lees dan denk ik wel eens aan mijn vroegere lessen Nederlands. Daarin kregen we een onderwerp “spreekwoorden en gezegden”, iets wat ondertussen uit het lessenrooster is geschrapt. Eén van die gezegden is: “de appel valt niet ver van de boom”.  Ik ken die ouders en geloof me, als hun hersencellen dynamiet zouden zijn dan hadden ze nog niet genoeg kracht om hun neus te snuiten. Dat hun nakomeling de “primus inter pares” van de klas is kan ik moeilijk geloven.  Daarbij vind ik die betweterige bedorven stinkers niet zo sympathiek. Mini-mensjes in merkkleding waarvan de ouders hopen dat ze alles bereiken wat ze zelf nooit bereikt hebben. Waar zitten de dommeriken? Waar zijn de losers? Waar zijn de “gebuisden”?  Ik heb meer sympathie voor die groep van kinderen. Mijn aandacht gaat naar de sukkel die bij de stratenloop als laatste over de meet komt en daarbij ook nog eens zijn “participatie-medaille” verliest. Kinderen die leren omgaan met teleurstelling en verliezen. Kinderen die hard moeten werken om met de hakken over de sloot te komen. Dat zijn de kinderen die ik koester! Ik ben ervan overtuigd dat zij een betere toekomst zullen hebben dan de boutique-larfjes. Aan alle jongeren die het niet goed gedaan hebben op school: volhouden, later volgen er nog meer teleurstellingen. Je kan je er niet vroeg genoeg op voorbereiden!   

Afscheid…

Droevig nieuws, vandaag overleed Erik Fabry. Onze companion de route, kameraad en gitarist van 1 in Nederland. Vijfendertig jaren lang hebben we samen muziek gespeeld, gedronken, gelachen en vooral veel plezier gehad. Erik was onze Master of the Stratocaster, de rustige rocker en één van de bezielers van onze groep. Niet onverwacht maar veel te vroeg heeft hij ons verlaten voor de Great Gig In The Sky. Ons groepje heeft nooit het succes van de Beatles geëvenaard maar in ons muziekwereldje waanden we ons soms de band van David Bowie. Erik was een inspiratie voor ons allen en maakte van ons bandje een vriendengroep. Hoe zouden we het zonder hem zo lang hebben volgehouden? Alles wat ons nu nog rest is zijn nalatenschap, een memorietheek vol goede herinneringen: De repetities waar we duizelden van de decibels en de Heidebitt; mijn baspartij die hij inspeelde in de opnamestudio omdat ik weer eens te ver van de wereld was, de bomvolle caféoptredens in Brussel, De lege kroegen in Mechelen, Marktrock ’87, … Maar ook de camaraderie buiten 1 in Nederland zal ik nooit vergeten. Het sjouwen met balken en verwarmingsketels, de goedkope dozenwijn die we dronken op het trottoir voor zijn huisje in de Ardennen, samen verloren lopen in de bossen, zijn zalm met bearnaisesaus en dat eeuwige gitaargeriedel van Neil Young’s “The Needle and the Damage Done”! … all gone! 
Ik wens Ann, de kinderen en zijn familie veel moed om deze droeve dagen door te komen. …en Erik, mocht je dit van daarboven kunnen lezen: you’re an alligator, you’re a space invader, you’re a mama-papa coming for us! Freak out in a Moonage Daydream! … See ya!