Met mij gaat alles goed!

Ik kom net van bij de dokter en ik kan u allen meedelen: Het gaat prima met mij! Vijfenvijftig is de leeftijd waarop de modale Fransoos met pensioen gaat maar daar denk ik nog lang niet aan! Om den brode doe ik al 35 jaar mijn zin en daar ga ik nog een tijdje mee door! Den doktoor heeft gezegd dat ik het kan! Ik ben nog goed gezond van poten en oren en lang niet versleten. 

Snel nog even langs de bakker voor een brood voor morgenvroeg, één donker gesneden! “Kent u ons betalingssysteem al?”  Huh…! “Kent u ons betalingssysteem al?”, dat vroeg de broodverkoopster aan mij.  “Cash, creditcard, debitcard, bitcoin, paypal, overschrijving, Apple pay, bankwissel,… maakt mij niet uit!”. “Noem het maar mevrouw, ik heb het allemaal”.    “Dan zal ik het u uitleggen” was haar reactie.  Hola, ik was even niet meer bij de tijd. De moderne brood- en banketboetiek hanteert geen geld! Je krijgt een ticketje dat je aan de kassa moet scannen. Het aanraakscherm vraagt je om een keuze te maken tussen cash betalen of met de bankkaart.  Cash betalen doe je via een gleuf in een automaat en een soort van hi-tech cloaca dropt je wisselgeld in een schaaltje. Modern times, de bakker raakt geen geld meer aan om hygiënische redenen. “Wij verkopen veilig brood!” repliceerde het meisje. Terwijl ze dit zei keek ze me aan met een blik alsof ik een hulpeloze bejaarde was. Nou moe, …veilig brood! Kus nu mijn gluten!     

Ik moest denken aan mijnheer doktoor. Hoe is het mogelijk dat ik al vijfenvijftig jaar in goede gezondheid heb kunnen overleven?  Ik mag van geluk spreken want ik ben opgegroeid met onveilig brood. Ons dagelijks brood kwam gewoon van bij de warme bakker. Die bracht het brood zelfs nog aan huis. Altijd kwam hij met een roestig Volkswagen busje aanrijden en leverde het brood via de achterdeur, rechtstreeks in onze keuken. Het wisselgeld graaide hij uit een oude bruine lederen schoudertas. Als je een keertje niet thuis was dan liet hij het baksel gewoon achter op de vensterbank.  Hoe heeft mijn generatie dat in godsnaam kunnen overleven? Jarenlang hebben we gecontamineerd brood gegeten. Ons beleg kwam van de kaasboer op de markt die net zijn tent had rechtgezet en met ongewassen handen een schelletje Jonge Hollandse voor ons afsneed. Vandaag zou die kaasboer opgepakt worden door het Federaal Voedsel Agentschap en samen met zijn verdorven kaas op de brandstapel gegooid worden. Times, they are changing,…rapidly!

Het meisje voor wie alles niet snel genoeg kan veranderen is Greta Thunberg, het Zweedse klimaatmeisje. Terwijl ik dit schrijf hoor ik haar op de radio: “How dare you!” fulmineerde het meisje. Met woede en agressie geeft ze de “oudere” generatie een pak voor de broek. Met niet mis te verstane taal culpabiliseert ze de oudere -, en dus ook mijn generatie. Wij worden beschuldigd van haar toekomst te hebben gestolen. “How dare we!”, in haar eentje trekt ze een muur op tussen generaties waarvan Trump alleen maar kan dromen.    Vreemd, ik heb altijd gedacht dat Greta’s generatie werd opgevoed door moderne ouders. Ouders die hun kinderen hebben ondergedompeld in een sfeer van overleg, gelijkheid en begrip. De opvoedkundige tik is taboe en met kinderen ga je in dialoog.  In mijn jonge jaren gebeurde dat anders. Als ik het weer eens te bont maakte kreeg ik van mijn vader zaliger een “factory-reset” met een stevige saflet rond mijn oren! Volgens mijnheer doktoor heeft het mijn gezondheid nooit beschadigd, integendeel… 

Als Greta’s blikken konden doden dan zou in New York geen politieke ziel meer rondlopen. Blijkbaar heeft de opvoeding van haar generatie gefaald. Van dialoog en overleg heb ik niets teruggevonden in het betoog van Thunberg. Beschuldigen en verwijten (“jullie zullen hier niet mee wegkomen”), dat wel maar zoals iedereen weet zet dergelijk gedrag geen zoden aan de dijk.   Instant satisfaction, het meisje wil dat alles meteen verandert. Geloven de tieners vandaag nog in Tita Tovenaar? Kan je miljarden mensen veranderen overnacht? Ik denk het niet. Ik heb oor naar Greta’s boodschap maar haar methode van separatie is “gefundenes fressen”  voor het huidige identiteitsdenken. Ik lever mijn bijdrage aan de klimaatverandering: ik zet geen kinderen op deze planeet. Hoe staat het met uw ecologische voetafdruk?

NostalGie…

Vandaag heb ik mijn doos met herinneringen nog eens bovengehaald. Bitter weinig goeie herinneringen aan mijn schooltijd, maar die paar mooie momenten moet je delen… Mensen uit Bilzen en omstreken, wie herkent zichzelf nog?

Cigar Snobisme

Mensen die me kennen weten het al, ik ben een sigaar aficionado, een broeder van het tabaksblad. Ik rook graag en ik rook veel! Geen sigaretten, geen zuigen aan een zaklamp (vapen), alleen echte longfillers. Smaakstokken zoals de Indianen ze vroeger maakten. Het ideale middel om te mediteren, remediëren of een drukke dag weg te ijsberen. Sigaren maken is een ambacht, sigaren roken is een kunst. Langzaamaan de smaken onthullen, niet te hard lurken (anders wordt de sigaar te warm en smaakt ze bitter), rustig genieten…  

Sigaren kan je solitair degusteren maar het kan ook een sociale bezigheid zijn. In fijn gezelschap genieten van een goeie conversatie met je hoofd in de rook en je voeten op de grond. Sigarenrokers hebben oorlogen doen stoppen (Winston Churchill), Oscars gekregen (Al Pacino/ Jack Nicholson) of sportwedstrijden gewonnen (Michael Jordan). I love cigars!

Afgelopen weekend werd in Alden Biesen, dicht bij mijn bakermat, een sigarenfestival georganiseerd. De “grootste” sigarenclub van het land! Vreemd, het was mij volledig ontgaan. Niks van gehoord, niks van gezien totdat een aantal individuen mij na de activiteit hierop attent maakten. Sigarenrokers hebben een bepaalde verbondenheid, een onzichtbare connectie zoals motards of brandweerlieden. Een onbeschreven saamhorigheid die aficionados verbindt en die hen zowel troost als geluk laat ontdekken in het nuttigen van een sigaar. Elke gelegenheid is goed om samen te komen en collectief, haast ritueel, een sigaar in de hens te steken.  Dat ik een sigarenfestival van de “grootste” sigarenclub heb kunnen missen is haast ondenkbaar. Even informeren bij de Broeders en Zusters van het Blad. Niemand was op de hoogte van een sigarenfestival! Ook de lokale sigarenboer wist van niks! Zeer vreemd! Wie of wat is die “grootste” sigarenclub van het land? 

De wereld is een dorp en de kraaien brengen alles uit. Ik moest niet ver zoeken om te achterhalen dat het sigarenfestival niet meer was dan een privé feestje. De “grootste” sigarenclub is eigenlijk niet meer dan een select en gelimiteerd groepje van individuen die een zeer besloten sigarenclubje hebben georganiseerd.  Geen probleem, privé feestjes zijn toegestaan en de beslotenheid van een groep moet gerespecteerd worden. 

Vreemd genoeg is de “grootste” maar besloten club ontstaan in de schoot van een lokale werkgeversorganisatie. Opgericht met enige voorkennis van een faillissementsverkoop en bevolkt met uitsluitend lieden die een “m’a tu vu” gehalte van 110% hebben. Het roken van sigaren verheffen tot een elitaire bezigheid stuit me tegen de doorrookte borst. Ik ken, van verre, een aantal lieden uit het gezelschap en waarvan ik weet dat ze sigaren even hard appreciëren als een champagnekurk die in hun oog knalt. Ze steken een sigaar op en doen dan alsof de zon uit hun gat schijnt. Het zijn lui die de cigar-community het predicaat van pretentie bezorgen. Of ze de “grootse” club zijn dat weet ik niet, dat ze dat denken… daar ben ik zeker van! Wat aan je sigaar zitten trekken en ondertussen vertellen hoe goed je bezig bent is gewoon snobisme.  Een honderdtal geselecteerde genodigden die elk driehonderd euro “ophoesten” voor een handvol sigaren. Voor dat geld koop ik toch al twee kistjes uitstekende Nicaragua longfillers. De sigaren werden rechtstreeks geleverd door de distributeur/producent of werden uit het buitenland gehaald. Als je een stevige organisatie achter je hebt staan dan kan je “buying power” laten gelden. Pretentie mag niet te duur zijn en daarom wordt de middenstander maar uitgeschakeld.  Wat ben ik blij dat ik het gemist heb! BOTL/SOTL I love you all!

Super slim rekeningrijden.

Wie zal dat betalen?

Heeft u het ook al gehoord? De dwaze-kloterij van een aantal transporteconomen die hun overheidsinkomen verbeuzeld hebben met het plagiëren van een Skandinavisch model voor superslim rekeningrijden. De VRT zit al de ganse dag op dat stinkend ei van politieke correctheid te broeden. Meteen wordt Agoria erbij gehaald als spreekbuis voor de “gehele” bedrijfswereld en supporter van dit nieuwe belastingsysteem.  Tegen de middag bracht de ambtenarenzender ook nog eens een verloren gelopen professor ten berde, een onverlaat die dergelijk systeem wil invoeren bij het openbaar vervoer! De Belgen zijn een natie van tollenaars en tax-fanaten. We betalen veel, we betalen graag en we krijgen er niet genoeg van!

Super slim rekeningrijden?

Het systeem van superslim rekeningrijden is minutieus (letterlijk) uitgewerkt. Wie op drukke momenten de auto gebruikt zal daar meer voor betalen dan diegene die zijn wagen gebruikt op minder drukke momenten. Volgens een van de onderzoekers “hoeft” dat niet tot een belastingverhoging te leiden. Let op de slimme woordkeuze van “hoeft niet”!   Iedereen die dat wil geloven is nog naïever dan het parochieblad. De rekening zal betaald worden door de werkmens. Het wordt een belasting op arbeid. Wie om den brode zijn wagen beruikt is de klos, weeral! 

Het is de vos die de passie preekt…

Het is vooral onze staatszender die deze vorm van belastingen promoot. De journalisten hebben daar goede redenen voor. Ze weten dat een belastingverhoging de gemoederen beroert. Nieuws brengen is ooit een kritische bezigheid geweest. Vandaag is het vooral emotie verkopen. Angst en verontwaardiging liggen goed in de markt en bij de nieuwsconsument gaat dat erin als zoete koek. Brood op de plank voor de media! Bovendien zal de journalist niet veel last hebben van duur rekeningrijden. Een beroepsjournalist heeft een bijzonder statuut waardoor hij zich niet moet houden aan wettelijk geregelde arbeidstijden. Als je de pijn niet voelt dan zeg je al snel: “Dat is toch zo erg niet”!

De academici die dit vikingplan met een carbonpapiertje overtrokken hebben en op veel bijval van de media kunnen rekenen zijn net zomin betrokken partij. Jammer dat deze mensen hun vermeende erudiete positie gebruiken om de politieke agenda te bepalen. Een klein bevolkingsdeel met een academische graad dicteert de wetten voor de loodgieter en de fabrieksarbeider. Ik durf er een gitaar voor te verwedden dat die academici zich in de voormiddag met de bakfiets van de binnenstad naar de campus begeven. Werkende plebejers hebben geen tijd en geen stem die gehoord wordt. Zij werken en betalen, punt en gedaan!

Alternatief?

Waarom moet vermeend asociaal gedrag zoals autorijden altijd bestraft worden met “belastingen”? Er zijn genoeg denkpistes die beter zijn voor het milieu, de mens en de portemonnee. Is de creativiteit zo ver zoek? Moeten we altijd andere landen kopiëren en dan vaststellen dat we bestuurlijk te complex en incapabel zijn om het plan correct uit te voeren? De automobilist bestraffen zal hem/haar niet (klimaat)vriendelijker maken. Integendeel!

We kunnen acties nemen om het gebruik van de wagen efficiënter te maken. Laat de veelrijders met rust. Zij rijden om den brode en niet voor het plezier. Iemand die op tijd op het werk moet zijn heeft weinig keuze qua vervoer. Een verkoper of vertegenwoordiger moet zijn quota halen of hij kan inpakken. Een wagen is vaak geen luxe maar een must om een snee droog brood te verdienen, het beleg gaat al lang naar de tollenaar. De gemiddelde wagen in ons land rijdt geen 9000 km per jaar. Kijk de statistieken van de verzekeraars maar eens na. In plaats van straffen kunnen we de professionele professionele automobilist ook belonen. Een wagen die meer dan 20000 km per jaar rijdt kan je goedkoper maken voor de eigenaar/bestuurder. Het idee zal autodelen en carpoolen aanmoedigen.   Laat de professor maar betalen voor zijn Prius, …die japanner wordt alleen maar gebruikt om wat boodschappen te doen of in het weekend naar het platteland te snorren met fietsen op de bagagedrager.  

De regelgeving kan aangepast worden. Maak werk van flexibele arbeidstijden. Onze wet op de arbeidstijd behoort tot de strengste ter wereld. De infrastructuur kan aangepast worden: een provinciestad zoals Leuven gebruikt twee snelwegen als ringweg om haar binnenstad fietsvriendelijk te maken. Op een doorsnee ochtend tijdens het schooljaar staan de forensen aan te schuiven van Aarschot tot Leuven. Vraag eens wat die sukkelaars denken van superslim rekeningrijden. Ook beter schoolvervoer kan de (mee)ouders misschien een centje besparen omdat ze hun grut niet aan de schoolpoort moeten droppen tijdens spitsverkeer. De schoolbus is veiliger en het verlost ons van die hinderlijke kiss & ride zone in de Schoolstraat. Ik kan zo nog wel even doorgaan maar zolang de tollenaar er niks aan verdient zijn er geen oren naar…

Geniet, voorlopig nog gratis, van de zomer!

Blues Peer

Terwijl een groot deel van mijn generatiegenoten het kind uithangt op Tomorrowland en zich aldaar laat benevelen door het ritmische knoppenwerk van starlets bezoek ik het gezelligste festival van het jaar: Blues Peer!   De jaarlijkse conferentie van bierbuiken en gekke hoofddeksels. Geen gedrum van een mensenmassa in Peer en geen multi-stage event. Tussen de optredens krijg je nog een half uur plaspauze. Ik kom er graag!  Gewapend met een combi-ticket en een “look-at-my-tattoos-shirt” rij ik filevrij tot vlak bij het podium. 

Mijn absolute must-see is Beth Hart, de reincarnatie van Janis Joplin met een stemgeluid van pure seks. La Hart begon sterk maar het werd gaandeweg minder. Teveel Jezus-Christelarij en teveel uit het zeemzoete vaatje getapt. Goed… maar ik werd niet omvergeblazen. Paul Carrack kon me wel bekoren met een aanstekelijke jam alleen had iemand hem moeten zeggen dat hij op een blues festival zou spelen.  Chris Robinson Brotherhood had de Black Crows songs thuisgelaten en wat mij betreft was hij beter ook thuisgebleven. De Allman Bets band had dan weer een leuke cover van Prince maar voor de rest waren ze even dood als Prince zelve. Matt Schofield was dan weer in topvorm ook zonder “echte” bassist. Op zondag poets ik de plaat voor de aanvang van Black Box Revelation. Die hebben voor mij iets te ver van de blues gelegen… 

Blues Peer

Het beste van Peer heb ik gemist. Vrijdag ging het dak van de tent met een woodstock revival. De programmatie van de de vrijdag had gerust bij de topacts in de weekenddagen mogen staan. Een “revival” is wat Peer nodig heeft. Blues Peer begint beetje bij beetje op een geriatrisch festival te lijken.  Volgens mij ligt de gemiddelde leeftijd van de bezoekers ver boven de vijftig. Het aantal stoeltjestoeristen is groot, de kans dat je je nek breekt door over een kampeerzitje te struikelen is reeel. Blues Peer is te weinig een “belevenis”, de creativiteit van de organisatie is zoek en de concurrentie van andere festivals is bikkelhard. Als dit zo verder gaat verwacht ik bij een volgende editie de beschikbaarheid van zuurstoftenten en automaten voor het verdelen van Depend slips. The Blues: Black men created it, white men shipped it!  Keep the Blues alive!