PhD Cup – 2019

Vandaag heb ik naar de stream van de PhD Cup gekeken. Een meer dan twee uren durende zelfkastijding die je kan volgen op de NWS site van de VRT. Acht jonge onderzoekers hakselen hun doctoraatsverhandeling zodanig dat Jan-Met-De-Pet begrijpt waarmee ze zichzelf de laatste vier jaren bezig (of ledig) gehouden hebben. Alles voor de wetenschap!

Het eerste wat mij opvalt is dat er weinig “exacte” wetenschappers aan de strijd deelnemen. Ik ben altijd wel geïnteresseerd hoe zo’n jonge wetenschapper algoritmen ontwikkeld voor non-lineaire model predictive control technology of hoe zo iemand faze evenwichtige modellen formuleert aan de hand van algebraïsche differentiaalvergelijkingen. Niks van dat alles… de VRT kiest voor lichtvoetigheid en een zo groot mogelijk publiek. Als het te veel moeite kost dan zappen de kijkers weg. Onze openbare omroep heeft een missie van educatie en entertainment. De onderwerpen kwamen vooral uit de lichtvoetige academische buidelzak. De onderzoeksonderwerpen van de finalisten: Sodomie in de (Brugse) middeleeuwen, foute kunst in de rechtbank, cannabis, chatten met pictogrammen, fake news in de middeleeuwen, praten over problemen, hartproblemen en de Engelse taal. Geen sensortechnologie, artificiële intelligentie of machine learning tijdens deze battle voor bovengemiddeld intelligente mensen. 

Tweede opvallende vaststelling is de belabberde presentatievaardigheid van de kandidaten. Ondanks een intensieve crash course van de VRT-stemcoach en de cameratraining van Gina Lisa blonken alle finalisten uit in houterigheid. Ik heb al spreekbeurten gehoord van scholieren die beter gebracht werden dan de “pitches” van deze bijna-professoren. Overmatig en onnatuurlijk ge-gesticuleer en ge-articuleer maakten het betoog even boeiend als mijn set tuinmeubelen.  Het jarenlang onderzoek van de wetenschappers moest samengevat worden in een verkooppraatje van drie minuten. Dat is net hetzelfde als een baksteen door de kont van een mug duwen. Een onderzoeker die bij mij op sollicitatiegesprek komt krijgt een kwartier om één onderdeel van zijn dissertatie toe te lichten, dat is behoorlijk krap en moeilijk, zelfs voor een bolleboos.  Drie minuten is zowat de maximum attention span voor de verkleuterde mediaconsument. Meer tijd kregen de deelnemers niet. Als ik een onderzoeker was dan zou ik bedanken voor dergelijke “pitch”, gewoon uit zelfrespect. 

De voorstelling van de jury was misschien wel het grappigste moment van de stream: Twee piepjonge professoren, twee VRT ambtenaren en iemand van de Lotto. Koen Wouters van de VRT-nieuwsdienst wist bij elk jurylid wel even het onderwerp “seks” aan te halen. Met uitzondering van de taalvrouw die in de jury zetelde. Volgens mij stond zij al met een scherp geslepen  #MeToo in de aanslag om de presentator een toontje hoger te doen spreken.

De inhoud van de presentaties ga ik niet beschrijven, die moet u maar zelf bekijken. De winnaar werd uiteindelijk Jonas Roelens, een historicus. Zijn onderzoek had als onderwerp “Het Sodom van het Noorden”, over sodomie en de vervolging van homoseksuelen in het middeleeuwse Brugge.  Zijn proefschrift was al eerder toegelicht in VRT radioprogramma’s waardoor ik bij de aanvang al het gevoel kreeg dat hij wel eens hoog kon eindigen. Blijkbaar is het een onderwerp dat goed in de markt ligt aan de Reyerslaan of is het omdat Jonas Roelens er een beetje uitziet als de grote zus van Anuna De Wever? 

Ik ben in ieder geval een voorstander van de PhD Cup. Een volgende editie kan zeker beter: meer inhoud en betere presentaties. Deze uitgave was matig en bijna zo saai als een plaat van Elbow.

Ajuus!

Advertenties

Met mij gaat alles goed!

Ik kom net van bij de dokter en ik kan u allen meedelen: Het gaat prima met mij! Vijfenvijftig is de leeftijd waarop de modale Fransoos met pensioen gaat maar daar denk ik nog lang niet aan! Om den brode doe ik al 35 jaar mijn zin en daar ga ik nog een tijdje mee door! Den doktoor heeft gezegd dat ik het kan! Ik ben nog goed gezond van poten en oren en lang niet versleten. 

Snel nog even langs de bakker voor een brood voor morgenvroeg, één donker gesneden! “Kent u ons betalingssysteem al?”  Huh…! “Kent u ons betalingssysteem al?”, dat vroeg de broodverkoopster aan mij.  “Cash, creditcard, debitcard, bitcoin, paypal, overschrijving, Apple pay, bankwissel,… maakt mij niet uit!”. “Noem het maar mevrouw, ik heb het allemaal”.    “Dan zal ik het u uitleggen” was haar reactie.  Hola, ik was even niet meer bij de tijd. De moderne brood- en banketboetiek hanteert geen geld! Je krijgt een ticketje dat je aan de kassa moet scannen. Het aanraakscherm vraagt je om een keuze te maken tussen cash betalen of met de bankkaart.  Cash betalen doe je via een gleuf in een automaat en een soort van hi-tech cloaca dropt je wisselgeld in een schaaltje. Modern times, de bakker raakt geen geld meer aan om hygiënische redenen. “Wij verkopen veilig brood!” repliceerde het meisje. Terwijl ze dit zei keek ze me aan met een blik alsof ik een hulpeloze bejaarde was. Nou moe, …veilig brood! Kus nu mijn gluten!     

Ik moest denken aan mijnheer doktoor. Hoe is het mogelijk dat ik al vijfenvijftig jaar in goede gezondheid heb kunnen overleven?  Ik mag van geluk spreken want ik ben opgegroeid met onveilig brood. Ons dagelijks brood kwam gewoon van bij de warme bakker. Die bracht het brood zelfs nog aan huis. Altijd kwam hij met een roestig Volkswagen busje aanrijden en leverde het brood via de achterdeur, rechtstreeks in onze keuken. Het wisselgeld graaide hij uit een oude bruine lederen schoudertas. Als je een keertje niet thuis was dan liet hij het baksel gewoon achter op de vensterbank.  Hoe heeft mijn generatie dat in godsnaam kunnen overleven? Jarenlang hebben we gecontamineerd brood gegeten. Ons beleg kwam van de kaasboer op de markt die net zijn tent had rechtgezet en met ongewassen handen een schelletje Jonge Hollandse voor ons afsneed. Vandaag zou die kaasboer opgepakt worden door het Federaal Voedsel Agentschap en samen met zijn verdorven kaas op de brandstapel gegooid worden. Times, they are changing,…rapidly!

Het meisje voor wie alles niet snel genoeg kan veranderen is Greta Thunberg, het Zweedse klimaatmeisje. Terwijl ik dit schrijf hoor ik haar op de radio: “How dare you!” fulmineerde het meisje. Met woede en agressie geeft ze de “oudere” generatie een pak voor de broek. Met niet mis te verstane taal culpabiliseert ze de oudere -, en dus ook mijn generatie. Wij worden beschuldigd van haar toekomst te hebben gestolen. “How dare we!”, in haar eentje trekt ze een muur op tussen generaties waarvan Trump alleen maar kan dromen.    Vreemd, ik heb altijd gedacht dat Greta’s generatie werd opgevoed door moderne ouders. Ouders die hun kinderen hebben ondergedompeld in een sfeer van overleg, gelijkheid en begrip. De opvoedkundige tik is taboe en met kinderen ga je in dialoog.  In mijn jonge jaren gebeurde dat anders. Als ik het weer eens te bont maakte kreeg ik van mijn vader zaliger een “factory-reset” met een stevige saflet rond mijn oren! Volgens mijnheer doktoor heeft het mijn gezondheid nooit beschadigd, integendeel… 

Als Greta’s blikken konden doden dan zou in New York geen politieke ziel meer rondlopen. Blijkbaar heeft de opvoeding van haar generatie gefaald. Van dialoog en overleg heb ik niets teruggevonden in het betoog van Thunberg. Beschuldigen en verwijten (“jullie zullen hier niet mee wegkomen”), dat wel maar zoals iedereen weet zet dergelijk gedrag geen zoden aan de dijk.   Instant satisfaction, het meisje wil dat alles meteen verandert. Geloven de tieners vandaag nog in Tita Tovenaar? Kan je miljarden mensen veranderen overnacht? Ik denk het niet. Ik heb oor naar Greta’s boodschap maar haar methode van separatie is “gefundenes fressen”  voor het huidige identiteitsdenken. Ik lever mijn bijdrage aan de klimaatverandering: ik zet geen kinderen op deze planeet. Hoe staat het met uw ecologische voetafdruk?

NostalGie…

Vandaag heb ik mijn doos met herinneringen nog eens bovengehaald. Bitter weinig goeie herinneringen aan mijn schooltijd, maar die paar mooie momenten moet je delen… Mensen uit Bilzen en omstreken, wie herkent zichzelf nog?

-klieten of -klitsen?

De zomer halfweg en een hittegolf in Frankrijk hebben het sigarenpeil van mijn humidor behoorlijk naar het alarmpeil doen zakken. Hoog tijd om op sigaar-safari te gaan in mijn Heimat Bilzen!  Ik zou het acute tekort nooit zover laten komen als ik niet steeds door dat vermaledijde Hoeselt moest karren om aan mijn sigaartrekken te komen.  Nood breekt wet en dus heb ik gekozen om mijn Bilzerse sigaren-fournisseuze te bereiken via een itinéraire touristique: van Lommel-Kattenbos over Heppen via Beringen-Mijn naar Lummen tot Lustelus en dan Bilzen. Net op tijd zo blijkt! Mijn Bilzerse sigarenboer was al sterk vermagerd en ik heb deels uit medelijden een extra voorraad “stogies” ingeslagen. Wie durft er nog te beweren dat ik geen Hart heb voor de medemens?

Als ik dan toch in Bilzen ben dan wil graag iets doen aan de lokale problemen van de Bilzenaren of de vragen beantwoorden die de inwoners al generaties lang kwellen.  Eén zo’n prangende vraag betreft de bewoners ten noorden van Bilzen centrum. Er huist daar een vreemde tribale volksstam van bedenkelijk allooi en met een spraakgebrek. Niet te verwonderen dat de nonnekes er een zothuis hebben gebouwd. Het is Munsterbilzen! Munsterbilzen heeft zijn naam te danken aan de Franse “Munsterkaas”. De kaas en de plek ten noorden van Bilzen hebben één ding gemeenschappelijk namelijk een penetrante muffe geur die je kan vergelijken met een behoorlijk belegen en gefermenteerde voetschimmel.  Niks om naar uit te kijken dus!  De vraag die de Centrumbilzenaren kwelt is: Hoe noem je de bewoners van Munsterbilzen?  Zijn dat” Minsterklieten” of zijn dat, zoals je vaak hoort, “Minsterklitsen”?    Wel beste gouwgenoten ik kan jullie verzekeren dat deze incestueuze bevolkingsgroep behoort tot de soort van de Homo Minsterclietus. Het zijn dus “Minsterklieten”! Er is in de loop van de jaren heel wat verwarring ontstaan omdat de geciviliseerde Bilzenaar het eindeloos gemeier en gemekker van de Minsterklieten moet beantwoorden met een luid en welgemeend “klitsengerard” (soms ook wel eens “kloetengerard”).  Zo, dat semantisch en taxonomisch probleem is ook alweer opgelost! Het zijn “Minsterklieten” en je beantwoord hun vragen met “klitsengerard”!  Geen dank, ik los het graag voor u op!

Een andere en meer actuele vraag is of er nu “wel” of “niet” kernbommen liggen in Limburg? Ik ben meteen op zoek gegaan en ik heb ze gevonden!  Ze liggen met meer dan 99,99% zekerheid in Bilzen! Je moet zelfs niet eens zo hard zoeken om ze te vinden. De aandachtige kernbommenspotter kan ze met het blote oog gemakkelijk waarnemen. Ik heb ze vandaag gevonden in een etablissement waar vroeger een begrafenisondernemer gevestigd was. Binnen in het geleeg kan je twee gigantische kernbommen zien op een verhoog boven een installatie met vreemde hendels en kranen. Voor de Ongelovige Thomassen heb ik een foto bijgevoegd!  

De bommen zien er niet gevaarlijk uit maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat als de inhoud te snel vrijkomt er toch behoorlijk wat schade kan aangericht worden. Voorzichtigheid is geboden. Ik heb wat van de inhoud laten weglekken en moet daarbij jammer genoeg wat radioactieve straling opgelopen hebben!  Mijn motorisch vermogen raakte behoorlijk verstoord. D’r stonden ook drie lokale SP-A mandatarissen aan de toog. De Russen hebben het dus in ’t snotje! Die communistische spionnen zijn niet te vertrouwen. Zouden ze de laatste lokale verkiezingen “gemanipuleerd” hebben? Volgende keer onderzoek ik ’t verder! Ajuus…