NostalGie…

Vandaag heb ik mijn doos met herinneringen nog eens bovengehaald. Bitter weinig goeie herinneringen aan mijn schooltijd, maar die paar mooie momenten moet je delen… Mensen uit Bilzen en omstreken, wie herkent zichzelf nog?

Advertenties

-klieten of -klitsen?

De zomer halfweg en een hittegolf in Frankrijk hebben het sigarenpeil van mijn humidor behoorlijk naar het alarmpeil doen zakken. Hoog tijd om op sigaar-safari te gaan in mijn Heimat Bilzen!  Ik zou het acute tekort nooit zover laten komen als ik niet steeds door dat vermaledijde Hoeselt moest karren om aan mijn sigaartrekken te komen.  Nood breekt wet en dus heb ik gekozen om mijn Bilzerse sigaren-fournisseuze te bereiken via een itinéraire touristique: van Lommel-Kattenbos over Heppen via Beringen-Mijn naar Lummen tot Lustelus en dan Bilzen. Net op tijd zo blijkt! Mijn Bilzerse sigarenboer was al sterk vermagerd en ik heb deels uit medelijden een extra voorraad “stogies” ingeslagen. Wie durft er nog te beweren dat ik geen Hart heb voor de medemens?

Als ik dan toch in Bilzen ben dan wil graag iets doen aan de lokale problemen van de Bilzenaren of de vragen beantwoorden die de inwoners al generaties lang kwellen.  Eén zo’n prangende vraag betreft de bewoners ten noorden van Bilzen centrum. Er huist daar een vreemde tribale volksstam van bedenkelijk allooi en met een spraakgebrek. Niet te verwonderen dat de nonnekes er een zothuis hebben gebouwd. Het is Munsterbilzen! Munsterbilzen heeft zijn naam te danken aan de Franse “Munsterkaas”. De kaas en de plek ten noorden van Bilzen hebben één ding gemeenschappelijk namelijk een penetrante muffe geur die je kan vergelijken met een behoorlijk belegen en gefermenteerde voetschimmel.  Niks om naar uit te kijken dus!  De vraag die de Centrumbilzenaren kwelt is: Hoe noem je de bewoners van Munsterbilzen?  Zijn dat” Minsterklieten” of zijn dat, zoals je vaak hoort, “Minsterklitsen”?    Wel beste gouwgenoten ik kan jullie verzekeren dat deze incestueuze bevolkingsgroep behoort tot de soort van de Homo Minsterclietus. Het zijn dus “Minsterklieten”! Er is in de loop van de jaren heel wat verwarring ontstaan omdat de geciviliseerde Bilzenaar het eindeloos gemeier en gemekker van de Minsterklieten moet beantwoorden met een luid en welgemeend “klitsengerard” (soms ook wel eens “kloetengerard”).  Zo, dat semantisch en taxonomisch probleem is ook alweer opgelost! Het zijn “Minsterklieten” en je beantwoord hun vragen met “klitsengerard”!  Geen dank, ik los het graag voor u op!

Een andere en meer actuele vraag is of er nu “wel” of “niet” kernbommen liggen in Limburg? Ik ben meteen op zoek gegaan en ik heb ze gevonden!  Ze liggen met meer dan 99,99% zekerheid in Bilzen! Je moet zelfs niet eens zo hard zoeken om ze te vinden. De aandachtige kernbommenspotter kan ze met het blote oog gemakkelijk waarnemen. Ik heb ze vandaag gevonden in een etablissement waar vroeger een begrafenisondernemer gevestigd was. Binnen in het geleeg kan je twee gigantische kernbommen zien op een verhoog boven een installatie met vreemde hendels en kranen. Voor de Ongelovige Thomassen heb ik een foto bijgevoegd!  

De bommen zien er niet gevaarlijk uit maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat als de inhoud te snel vrijkomt er toch behoorlijk wat schade kan aangericht worden. Voorzichtigheid is geboden. Ik heb wat van de inhoud laten weglekken en moet daarbij jammer genoeg wat radioactieve straling opgelopen hebben!  Mijn motorisch vermogen raakte behoorlijk verstoord. D’r stonden ook drie lokale SP-A mandatarissen aan de toog. De Russen hebben het dus in ’t snotje! Die communistische spionnen zijn niet te vertrouwen. Zouden ze de laatste lokale verkiezingen “gemanipuleerd” hebben? Volgende keer onderzoek ik ’t verder! Ajuus…

NostalGie

Sunday evening blues, geen betere remedie tegen dat eindeweekendgevoel dan het intikken van onnozele zoektermen in Google, op zoek naar memorie en reminiscentie. Zo af en toe wil ik de zoekterm “Bilzen” wel eens bezigen. Bilzen is het dorp dat ik in 1983 ontvlucht ben om te ontsnappen aan kneuterigheid en provincialisme.   De ontsnapping is gelukt… maar op zondagavond mag ik me graag verkneukelen aan herinneringen uit de Demerstee waar mijn wieg heeft gestaan. Ik keer graag nog eens terug naar vroeger, naar de kindertijd, naar de vrienden en ook wel naar de lokale tabakswinkel.  In lang vervlogen tijd kocht ik voor mijn grootvader nog een halve kilo pijptabak bij Fieke in “Den Echte Rooker”.  Vijf Frank koste zo’n bruin pak Tabac Semois.  Mocht Fieke nu nog leven dan zat ze wellicht in de gevangenis. Vandaag verkoop je niet meer ongestraft tabak aan een minderjarige.

De zoekterm Bilzen geeft weinig interessante resultaten. Naast de veelvuldige sluitingsuren van de “stedelijke” diensten vind je vooral veel websites van de vastgoedboeren die over de Haspengouwse Heerlyckheid regeren. Het wordt pas interessant als je bij de “video” sectie gaat zoeken: Jazz Bilzen!

Jazz Bilzen was ooit het tweede festival in België, medio de jaren 60 georganiseerd door het lokale Katholieke Davidsfonds. De pastoor en de deken stonden zelfs op de affiche met de zondagsmis, later op de dag mocht Ferre Grignard de weide terug ontwijden met Skiffle en alcohol.  Jazz Bilzen was mijn geboorteplek, letterlijk. Mijn kinderbedje stond vlak bij de ingang van festivalterrein aan het Begijnhof en op honderdvijftig meter van mijn slaapplaats stond Ozzy Ozbourne van jetje te geven. De liefde voor muziek werd mij al vroeg bijgebracht net zoals de tinnitus die nu nog altijd in mijn kop zit. Ik heb de eerste jaren van Jazz Bilzen meegemaakt vanuit mijn slaapkamerraam. In mijn kinderlijke fantasie ging het er in Bilzen net zo aan toe als in Londen, de Demer leek even op de Thames.

70_klein.jpg

Tienerklanken, het lang vergeten betuttelende jeugdprogramma van de BRT (Brussel Vlaams) maakte een aantal reportages over Jazz Bilzen. Vandaag “streamde” ik de reportages op Youtube en het was als een timeworp naar de kindertijd. Bij het zien van de beelden kreeg ik spontaan de geur van onze oprit tijdens het festival in de neus: het was een mengeling van patchouli en pis, van verschaald bier en goedkope wijn uit omvlochten flessen. De geur van wiet kende ik nog niet.

De organisatie van het festival was zo lamentabel dat zelfs een aantal artiesten op onze achterdeur kwamen kloppen met de vraag of ze zich mochten omkleden in de garage of van ons toilet gebruik mochten maken.  Moeder zaliger stond dat toe en gaf die “arme stakkers” zelfs nog een stuk zeep mee, …properiteit was belangrijk voor haar. We kregen dan de boodschap om even niet naar het toilet te gaan wat de “Bietels” zaten daar!  Moeder noemde elke artiest een “Bietel”. Jammer genoeg hebben de Beatles nooit een gitaar achtergelaten in onze badkamer.

Het terugzien van de reportage brengt heel wat herinneringen terug: Black Sabbath, Procol Harum, Ferre Grignard, T-Rex, The Kinks,… Niet alleen muzikale memories maar ook buren en bijzondere plekken kwamen in beeld: Frituur Nelly, Mon “de Pollis”, Fons van Tack, Dikke Frans, Fuch de brouwer, Franske Frit,  Virgènie, Willem van Maria van Beth …  NostalGie pur sang!

Vandaag bestaat Jazz Bilzen niet meer. Het is gestorven aan amateurisme. De roem van Bilzen teert nog altijd op het festival. Een aantal schamele pogingen tot een revival hebben het niet gehaald. Bilzen kon zijn erfenis niet verzilveren en werd op muzikaal entertainmentgebied voorbijgestoken door Pukkelpop, Werchter en Tomorrowland.  Jazz Bilzen is nu een biertje, naar mijn smaak een slecht biertje. Het gerstenat ruikt een beetje zoals onze oprit tijdens de festivaldagen… gelukkig blijven de herinneringen nog zoet!

 

 

 

NostalGie!

Tweede nieuwjaarsdag en vakantie! Wat zijn de opties? Een bezoek aan het ambtenarenbal (kostprijs €5) of een bezoek aan de homestede (kostprijs €20 parkeerretributie)? Brussel is een gehucht van Molenbeek geworden dus dat was geen optie. Dan maar een bezoek aan Vestio-Ville, voorheen beter gekend als het Demerstadje Bilzen. Een bezoek aan de bakermat is altijd een trip down memory lane. NostalGie!

Er zijn nog maar twee zaken die mij binden aan mijn geboorteplek: beste vrienden en sigaren van “In Den Echten Rooker”.  Terugkeren is niet zo gemakkelijk als je denkt, ik woon namelijk in Franstalig België en om Vestio-Ville te bereiken moet je eerst door dat stukje barbarij waarvan de naam niet genoemd mag worden: Doornkappers country!  Maar vandaag loonde het de moeite. Een hartelijk weerzien met mensen uit vervlogen tijden en reminisceren aan de hand van plekken die zijn opgeslagen in mijn bibliotheek van goede herinneringen.  Vandaag is een goeie dag voor een queeste door de Demervallei. De tocht startte aan de Korenwal richting duivenlokaal en “’t radiohaus”. Vandaar verder door de “Joager z’n Bèm”. Zo’n tachtig jaar geleden is de “Zwatte Fin” daar nog verdronken: eerst in een kruik jenever en daarna in de Demer. Vandaar gaat het richting “Boskei”, het verwilderde park van de juge, niet meer dan een vochtig groen gat in Vestio-Ville. Vroeger kon je daar nog kampen bouwen en in kastanjebomen klauteren. Van de “Koemèrt” naar het Jazz Bilzenplein. Ooit was dat de arena van de groene, de rooie, de blauwe en de gele wijken. In de jaren zeventig werd daar een gladiatorenstrijd gevoerd onder het toeziend oog van de pastoor. Toen woonden er nog Christenen in Bilzen. Vandaag wordt er een andere strijd gevoerd door de politieke kleuren groen, blauw, rood en geel.  Het aanpalende klooster wordt al lang niet meer bevolkt door geestelijken, die zijn uitgestorven, maar hun legaat wordt flink omgezet in baksteen. De kerk is leeg maar de kas van de kerkfabriek is blijkbaar nog goed gevuld.

Op naar de Brugstraat, het Sodom en Gomorra ven de jaren tachtig. Tijd voor koffie en een rits verhalen over de Triumph Spitfire die mijn maat ooit bijeen gekookt heeft in het restaurant waar hij werkte. Engelse sportwagentjes en verkeersdrempels zijn altijd goed voor straffe verhalen, dat sardineblik was meer glimmend aan de bodemplaat dan aan de carrosserie. Het strafste van alles was dat op datzelfde moment de drinkebroer binnenkomt waarmee je dertig jaren geleden aan dezelfde toog de wereld zat te verbeteren. Mat is de helft van het DJ-duo dat de jeugdfuiven van weleer van testosteron voorzag. In het parochiezaaltje achter de kerk drukten we de meisjes tegen onze gilet terwijl Mathieu voor de zoveelste keer “Down on Main street” van Bob Seger op de draaitafel pleurde. Maar net zoals ons is de Brugstraat veel rustiger geworden dus hop naar de Kattenberg! In het rusthuis waar de negenennegentigjarige Alice op ons wachtte met verhalen uit een nog verder verleden. Een kranige vrouw, gelukkig is haar gehoor en haar zicht achteruitgegaan. Zo houdt ze de goeie herinneringen beter vast en merkt ze niet veel van de lelijke strapatsen van de betonboeren.  Ondertussen ook nog Marley de Retriever tegengekomen… hij had een journalist aan zijn hondenlijn.

De historische tocht eindigde tussen pot en pint in ’t Tribunaal en finaal in de sigarenwinkel … zo had ik weer iets om te roken op de terugweg uit het verleden!   Leuke dag, bij het volgende ambtenarenbal doe ik ’t nog eens over!

Salut.

IMG_7722.jpeg